Toetsing
Tijdens de hele opleiding zijn er een minimaal aantal beoordelingsmomenten en wordt er minimaal gebruik gemaakt van een aantal toetsinstrumenten. Bij toetsing wordt onderzoek gedaan naar de mate waarin de aios de competentie(s) ontwikkelt.
In het opleidingsplan is een toetsmatrix opgenomen waarin de toetsinstrumenten en toetsmomenten zijn vastgelegd. Het gaat daarbij om een minimum dat voldoet aan de eisen van de regelgeving. De opleider bepaalt voor dat deel van de opleiding waarbij hij de aios begeleidt, welke toetsen wanneer plaatsvinden.
Voor aanvullende informatie omtrent toetsing, zie CCMS kaderbesluit en BOEG opleidingsplan